Hoe wordt je zo goed in lockpicking dat je elk slot kunt open puzzelen?

Om een goede lockpicker te worden, moet je goed begrijpen wat er in slot gebeurt en hoe de verschillende soorten werken. Het lagenmodel van sloten benadrukt de interacties tussen de pinposities binnen in het slot. Het laat zien hoe een 2-polig slot zich in principe gedraagt. In dit voorbeeld gebruiken we dit model om uit te leggen hoe het slot te openen. Het bouwt voort op dit model om ingewikkelde mechanische defecten te verklaren. 

Dit slot is ontworpen om te voorkomen dat twee metalen platen over elkaar heen glijden, tenzij de juiste sleutel aanwezig is. Het slot wordt gemaakt door twee platen op elkaar te doorboren. In elk gat worden twee pennen geplaatst, zodat de ruimte tussen de pennen niet samenvalt met de ruimte tussen de platen. De onderste pen wordt de kernpen genoemd omdat deze wordt aangeraakt door de sleutel in de kern van het slot. De bovenste pen wordt de behuizingspen genoemd en wordt door de veer in het slothuis in de slotkern gedrukt. Een projectie in de kern van het slot voorkomt dat de pennen eruit vallen. Het vlakke model van een zeer eenvoudig slot met twee tuimelaars. Het is niet de doorsnede van een echte slot. 

 

Lockpick om het slot te doen openen

Zonder sleutel is de combinatie van verschillende pin hoogtes niet te lezen en zul je dus handmatig het slot moeten lockpicken. Hiermee voel je aan de pinnen in het slot wat de juiste positie is die het slot doet openen. Dit kost best wat oefening met de lockpick gereedschap die ook de hook pick wordt genoemd kun je dit heel zorgvuldig doen. Bij afwezigheid van de sleutel kunnen de platen niet over elkaar heen glijden omdat de behuizingspennen door beide platen gaan. De juiste sleutel tilt de penparen (behuizingspen en kernpen) precies genoeg op zodat de ruimte tussen de behuizingspen en de kernpen precies daar wordt gepositioneerd waar de schuiflijn zich tussen het slothuis en de slotkern bevindt. 

Een andere methode is het grover raden van de verschillende pin hoogtes, dit doe je niet door heel voorzichtig elke pin te verplaatsen maar door heel globaal zoveel mogelijk posities te proberen. Met een speciale lockpick vorm namelijk een city rake lockpick kun je veel verschillende posities heel snel uitproberen. De sleutel drukt alle pennen naar de behuizing toe. Daarna tilt de sleutel de kernpennen zo ver op dat ze de schuiflijn met hun bovenrand bereiken. In deze pinpositie kunnen de platen over elkaar heen glijden.  Met de juiste toets kunnen de vlakken over elkaar heen glijden. Het toont een belangrijk kenmerk van de meeste sloten, de “play”. Er is altijd een mogelijkheid tot beweging, een afstand tussen het boven- en ondervlak. De ruimte tussen de boven- en onderplaat maakt het mogelijk een sleutel te gebruiken die niet precies past om het slot te openen. Merk op dat de tweede kernpen in figuur 3.3 niet zo hoog is als de eerste, maar de sleutel past nog steeds.