Noordzee Wrakduiken

Image Aquila-Charter


Voor de één is het niets, voor de ander is het 't mooiste wat er is. Wrakduiken op de Noordzee. Hoe je het ook bekijkt, het vereist meer van je dan tijdens de recreatieve duiken die je in de Nederlandse zoetwaterplassen maakt. Wat is er dan zo leuk aan stroming, beperkt zicht, getijden, golven, dieselstank, dubbele-sets, nitrox, decotijden, wrakken, enz....? Ieder voor zich heeft een andere reden maar de meest gehoorde is: AVONTUUR!

Voor wie?
Iedereen die een duikbrevet heeft dat overeenkomt met het RSTC Advanced Open Water Diver Brevet kan met ons mee de Noordzee in. Verder wordt het volgende vereist:

Kosten?
Afhankelijk van de organisatie of de boot waarmee we varen, over het algemeen liggen de kosten ergens tussen de 50 en de 100 Euro. Deze prijs wordt gerekend bij vertrek 's morgens, twee duiken, en 's avonds weer terug in de haven. Voor eten en drinken moet men over het algemeen zelf zorgen of apart af rekenen.

Met wie?
We varen niet zelf maar we 'monsteren' aan op één van de boten die bijna wekelijks varen. Dit zijn o.a.:

Er zijn er meer, als we een link doorkrijgen zullen we die ook hier plaatsen.

Of er gevaren wordt hangt uiteraard af van een aantal factoren waarvan het weer één van de belangrijkste is. Links naar sites die informatie over het weer geven zijn dan ook belangrijk voor de planning:

Varen...
Varen, varen, over de baren...en de golven, en dan die bewegingen...
Zee"ziekte" is, evenals wagen-, lucht- en ruimte"ziekte" een bewegings"ziekte". Voor het optreden van de "ziekte" is beweging dus noodzakelijk. Bewegings"ziekte" wordt in hoofdzaak gekenmerkt door de verschijnselen : duizeligheid, misselijkheid, braken, bleke gelaatskleur, zweten, beklemming tot angst. Daarnaast treden ook nevenverschijnselen op: hoofdpijn, geeuwen en slaperigheid, zuchten en hyperventilatie en vaak verlies van interesse in de omgeving...
Een theorie: Op een schip blijven het labyrinth en de proprireceptoren (diepe spierzin) alles registreren. Voor de ogen gebeurt er evenwel niets. Passagier en transportmiddel zijn immers samen in beweging. Er is dus een dyscoördinatie. Dit is één theorie. Anderen beweren dat het de ongewone bewegingen en de aanhoudende houdingsveranderingen zijn die het labyrinth overdadig prikkelen. Hoe het ook zij, hier volgen enige tips:

  • blijf aan boord zo mogelijk aan dek op een plaats met de minste beweging en kijk zo mogelijk in de vaarrichting,
  • zorg voor voldoende warme kleding,
  • vermijd een lege of een overvulde maag, kleine hoeveelheden energierijk voedsel, geen zware vette maaltijden.
  • gebruik geen alcohol,
  • rook niet,
  • ga niet bij de ontluchting van de machinekamer staan, de lucht van dieselolie en uitlaatgassen maakt je misselijk,
  • ga zo nodig en zo mogelijk liggen met gesloten ogen bij opkomen van de ongemakken, zeker wanneer je je in het schip bevindt,
  • zorg ervoor tijdig voor de duik gekleed te zijn, zodat je, als het schip op de duikstek voor anker gaat, snel het water in kan.
  • vaak is het aangenamer in het water op je buddy te wachten dan op een in ruw water voor anker liggend schip.
Voorkomen is echter beter dan genezen, goede informatie over medicijnen tegen zeeziekte vindt je hier: Zeeziekte

Op de duikstek.
Als de scheepstoeter een signaal geeft is dat meestal het teken dat het wrak gelokaliseerd is. Vanaf het achterdek wordt dan een wrakanker met lijn en boei overboord gegooid en doordat er aan de boei een verzwaarde zijlijn met een kleinere boei vast zit, kan de stroming bepaald worden aan de hand van de afstand (of spanning) op het zijnlijntje. De boot vaart dan rondjes om deze boei en uiteindelijk wordt het anker geworpen vlak naast de boei. Soms gaan er dan ervaren duikers naar beneden (de crew-leden) om een lijn aan het wrak vast te maken, soms is het anker echter al genoeg. Via de ankerlijn gaan de overige duikers dan naar beneden en wordt er, afhankelijk van de stroming, een lijn van de reel vastgemaakt aan de ankerlijn en met behulp van de uitgezette lijn wordt er dan over het wrak heen gedoken. Door de geringe diepte van de Noordzee wordt veelal Nitrox32 gebruikt, op sommige boten, zoals de Fogo Isle, kan Nitrox gevuld worden.

Onder water
De Noordzeebodem huisvest een reeks kleine en grotere bodemdieren. Zoals bijvoorbeeld tientallen soorten wormen, ingegraven of aan de oppervlakte levende schelpen, kreeftjes, garnalen, zee-egels, en zeesterren.
Er zijn in het Nederlandse deel van de Noordzee zo’n 9 bodemdiergemeenschappen die typisch zijn voor de leefomgeving. De verschillende bodems van bijvoorbeeld fijn of grof zand, of een ondiepe of diepe bodem leveren verschillende diergemeenschappen op.
De belangrijkste soorten vis in de Noordzee zijn schol, kabeljauw, haring tong en makreel. De bodem is een uitstekend leefgebied voor tong, schol en andere soorten platvissen en zij leven van de aanwezige bodemfauna. Het losse zand biedt bescherming tegen hun vijanden, door zich half in te graven kunnen zij zich verbergen voor roofvissen.
Anemonen vindt je overal op het wrak want die houden nu eenmaal van harde ondergrond en stroming. Een paar foto's die Ton van Moll op onze duik in december 2001 gemaakt heeft:

Terug aan boord
Na de deco- of veiligheidsstop is het zaak om aan boord te komen, hetgeen niet altijd even makkelijk gaat. Afhankelijk van het weer, de golven en of de schipper een mooi trappetje gemaakt heeft:

Als iedereen weer aan boord is wordt het anker gelicht en gaat de reis of verder naar de tweede duikstek, of terug naar de haven. Het is dan belangrijk dat de flessen en koffers die aan boord staan veilig vastgezet worden zodat ze niet heen en weer gaan slingeren tijdens de reis. Vervolgens kun je dan op de meeste charters koffie, thee en diverse snacks kopen, samen met de andere duikers de 'souvenirs' bekijken en natuurlijk stoere verhalen vertellen en aanhoren...of een tukkie doen....